AvondGasten: 'Het is gewoon wel mijn leven dat hier op tafel ligt'

AvondGasten: 'Het is gewoon wel mijn leven dat hier op tafel ligt'

Maartje Paumen presenteerde haar eerste boek. In L1 AvondGasten geeft ze aan dat het een intensief traject is geweest. “Ik heb getwijfeld of ik het überhaupt moest gaan schrijven. Ga ik mijn leven met iedereen delen? Ga ik iedereen heel dicht bij me laten komen?”

Ik heb getwijfeld of ik het überhaupt moest gaan schrijven. Ga ik mijn leven met iedereen delen? Ga ik iedereen heel dicht bij me laten komen? Maartje Paumen

Ze vertelt aan tafel dat het boek geen gecensureerde versie is. Alles wat ze kwijt wilde staat erin.

Als ze terugkijkt op haar carrière zegt Paumen: “Ik heb te weinig stilgestaan bij de successen. Je leeft van toernooi naar toernooi, je weet welke schema’s je hebt. Een week van genieten en erna meteen weer door.”

Hier een voorproefje van het boek:

Het oude veld van hockeyclub HC Geleen is nu een wildernis.
Achter de voetbalvelden van Geleen-Zuid staat het gras metershoog.

Het hek staat er nog, net als ruim twintig jaar geleden zit ook nu een gat in de omheining. In mijn jeugd knipten mensen ’s nachts ook een gat in de afrastering om op dat veld te kunnen spelen.

Ik heb hier tot mijn vijftiende gehockeyd. Mijn oudste broer Joep en mijn zus Hanneke speelden in Heren 1 en Dames 1, mijn jongste broer Bas speelde ook al in de jeugd.

Ik kwam als baby al op de club, het was hier elke zondag feest.

Een zorgeloze jeugd in Limburg

Eerst speelde mijn zus, dan mijn broer en daarna was het standaard friet halen en Studio Sport kijken. Kwamen we ’s avonds om zeven uur thuis, mijn ouders met een paar drankjes op en wij als kids zwart van de modder en onder de chips en de chocola. Het waren mooie tijden. Ik heb foto’s van mezelf als peuter met een stick in mijn handen, als ik net kan staan. Ik sleurde die sticks vanaf mijn tweede jaar door het huis.

Vanaf je zevende jaar mocht je wedstrijdjes spelen op een kwart veld. Ik kreeg een mooie, paars-oranje stick voor mijn zevende verjaardag van het merk Solo, destijds een passende naam voor mijn hockeystijl. Uiteraard ging die stick mee naar mijn kamer, ik kon er vanuit mijn bed uren naar kijken. Zaterdagochtend om tien uur begonnen de partijtjes, zes tegen zes. Ik zat om zeven uur ’s ochtends al klaar, in mijn geel-blauwe hockeytenue en met mijn scheenbeschermers al aan. Ik had er in feite al twee jaar voor getraind.

Mijn moeder was onderwijzeres geweest en gaf ook de mini’s training in Geleen. Mijn vader was ook coach bij de club. Op mijn vijfde stond ik al met een stick te pielen als zij training gaf. En deed ik al mee met andere teams. Als mijn moeder bij de veteranen speelde, haalde wij rotgrapjes uit in de kantine. Water met poedermelk en shampoo mengen en dat bij de tegenstanders in de schoenen stoppen.

Ik heb het er nog weleens over met mijn nichtje, die ook lid was. Ik was toen al retefanatiek. Ik wilde winnen, elke bal hebben en overal tegelijk in het veld staan behalve in het doel. Als keeper kon je niet rennen en goals maken. Soms moest ik weleens keepen, maar dan ging ik gewoon mee hockeyen in de cirkel. Mensen die mij later hebben zien hockeyen kunnen het zich misschien niet voorstellen. Maar ik passeerde als kind zes tegenstanders op snelheid en scoorde veel. Vanaf de D’tjes kwamen er strafcorners bij. Ik kon als klein kind al hard slaan en nam toen ook al de strafcorners.

De meeste keepers waren bang voor de harde ballen die ze op zich af kregen. Ik stopte de ballen zelf en knalde ze met mijn forehand binnen. In de D’tjes speel je op een half veld, acht tegen acht. Ik werd formeel opgesteld als middenvelder, maar was ook in de D-junioren overal op het veld te vinden. We zijn vaak kampioen geworden, met de A-junioren van Scoop hebben we in de zaal zelfs om de Nederlandse titel gespeeld. Dat was uniek voor die club.

De hockeyclub ligt op vijf minuten fietsen van ons huis in Geleen, zodra we thuiskwamen uit school pakten we een zak met ballen en gingen naar de club. We maakten ook tennisveldjes op straat of hingen ergens een basketbalnetje op. Onze weekenden waren gevuld met sport, sport en nog eens sport.

Ik ben het vierde en jongste kind in het gezin Paumen. Mijn zus Hanneke is twaalf jaar ouder, mijn oudste broer Joep tien jaar. Dan valt er een gat en komt mijn broer Bas, die twee jaar ouder is. Ik ben geboren op 19 september 1985.

Mijn ouders hebben me vernoemd naar mijn twee oma’s: Maartje Yvonne Helene Paumen.

Ze hebben het zo gepland. Mijn moeder wilde graag vier kinderen, maar niet achter elkaar. Dat vond ze wat veel. Ze dacht: als Joep en Hanneke naar de kleuterschool gaan, is het tijd voor de volgende twee kinderen. Toen werd mijn vader Max voor bouwbedrijf Volker Stevin uitgezonden naar Nigeria voor een project in opdracht van Shell.

Het zou voor een jaar zijn en Nigeria leek mijn moeder niet het ideale land om te bevallen. Het werden tweeënhalf jaar, bij terugkeer in Nederland raakte mijn moeder snel zwanger van Bas. Ik was beslist geen nakomertje. Net als Joep en Hanneke wilde mijn moeder ook nu twee kinderen kort na elkaar. Zaten mijn ouders weer met twee kleintjes. Mijn ouders creëerden thuis een warm nest. Ze maakten het altijd gezellig, wachtten op ons met een kop thee. Alle feestdagen en verjaardagen werden uitgebreid gevierd.

Mijn moeder zocht de harmonie die ze als kind heeft gemist. Haar vader was een bekende kno-arts, hij verhuisde van Groningen naar Limburg en ging werken in het ziekenhuis in Sittard. Hettie was het middelste kind van drie. Haar vader was een strenge man, die vooral met zijn werk bezig was. Er zat een behoorlijk leeftijdsverschil tussen de kinderen, ze groeiden los van elkaar op.

Haar broer en zus zijn allebei overleden, maar veel contact heeft ze met hen niet gehad. Ieder ging zijn eigen weg nadat ze uit huis waren. Ze waren bang voor hun vader. Zodra hij thuiskwam, ging iedereen zitten. Ze durfde zich nauwelijks te bewegen. Er heerste altijd een gespannen sfeer in het huis van haar ouders. Gezelligheid heeft mijn moeder nooit gekend, die vond ze pas bij de familie van mijn vader.

Max kwam uit een typisch katholiek gezin met zeven kinderen. Ze voelde meteen de warmte die ze thuis zo miste. Iedereen was daar welkom, vriendjes konden blijven slapen. Mijn moeder nam nooit vriendinnen naar huis, ze schaamde zich onbewust voor de sfeer thuis. Bij mijn vader merkte ze dat het anders kon. En ze wist meteen: zo zou ik het later ook graag willen.

In 1984 overleed mijn opa tijdens zijn vakantie in Zwitserland aan een hartaanval. Ik heb hem nooit gekend, hij was ook geen opa geweest voor Joep en Hanneke. Volgens mijn moeder waren ook zij een beetje bang voor hem. Mijn moeder vond het vreselijk om met Joep en Hanneke naar haar ouders te gaan. Ze was altijd bang dat er iets mis zou kunnen gaan.

Pas aan het einde van haar leven vertelde mijn oma dat ze zo blij was met mijn ouders, dat ze haar zo goed hadden geholpen. Dat had mijn moeder niet eerder gehoord, een teken van genegenheid kon er nooit vanaf. Mijn moeder groeide op in een liefdeloos gezin, tot op de dag van vandaag wil ze haar kinderen en kleinkinderen overladen met liefde. En ze vindt het nog belangrijker dat de kinderen goed met elkaar omgaan, want met haar broer en zus had ze geen hechte band.

Het was bij ons in Geleen altijd open huis. Iedereen bleef logeren, niks was te gek en alles mocht. Toen Joep en Hanneke op de middelbare school zaten en Bas en ik nog klein waren, was het vrijdagavond steevast een drukte van jewelste. Elke zaterdag was het voor mijn ouders een verrassing wie van de trap naar beneden kwam. Bij ons thuis hoefde je niet bang te zijn voor een pijnlijke stilte als een glas kapotviel. Dan zou het wel heel vaak stil zijn geweest. De ruit van de garagedeur is wel vijftien keer vervangen, omdat er een bal doorheen ging. Ik geloof dat we bijna uit de verzekering zijn gezet. Er stonden ook geen bloemen in de tuin, zoals nu. De tuin was ons hockey- of voetbalveld.

Elke dag bezig met sport Mijn proefwerken haalde ik als ik een dag daarvoor ging leren. Ik was alleen maar bezig met sport, ging voetballen of basketballen met de jongens. Toen Fortuna Sittard nog in de eredivisie speelde, ging ik als kind graag mee met mijn vader. En naar de ijshockeyers van Smoke Eaters natuurlijk.

’s Ochtends bleef ik zo lang mogelijk in bed liggen, want de bel van het Graaf Huyn College kon ik bijna horen vanaf ons huis. Halfacht ging de wekker. En nog een keer. En nog eens. Vijf voor acht kwam ik eruit. Ik ontbeet vaak niet eens, omdat ik geen honger had, racete naar school en zat dan om tien over acht in het lokaal.

Na de laatste bel gingen mijn klasgenoten winkelen in Geleen, daar had ik helemaal niks mee. Ik vloog naar huis om op tijd op de training te zijn. En vanaf 2001 rende ik naar de trein, omdat ik bij Oranje Zwart in Eindhoven speelde. Voor mij telde alleen hockey. Al vroeg draaide het om mij, al heb ik nooit het idee gehad dat mijn broers en zus het als een probleem hebben ervaren. Ze vonden ook niet dat er te veel aandacht naar mij uitging. Ze zijn altijd trots op mij geweest. Joep en Hanneke waren al snel het huis uit, voor Bas was het wellicht lastiger. Ik heb hem er nooit over gehoord.

We konden flink knallen, kneiterhard ruziemaken. In onze badjassen gingen we vaak judoën, we maakten er een echte wedstrijd van. Het begon als een spel. Bas had een blauwe badjas met een zwarte band en ik een schattig roze badjas met een roze band, die niet eens bestaat in het judo. Zo stond ik al 1-0 achter. Het werd al snel een gevecht door de hele woonkamer heen. Dan vond ik het niet meer leuk en begon ik te gillen. Of ik sloot mezelf op in het toilet, want Bas ging nog harder vechten en smeet me dan dwars door de kamer heen.

Maar we zijn ook heel close, gaan geregeld samen op wintersport of een avondje stappen. Dan kunnen we het nog flink bont maken. Bas kwam ook geregeld naar me kijken. Ook hij kan goed hockeyen, maar hij heeft nooit de ambitie gehad als ik om de top te bereiken.

Mijn ouders brachten hem weleens naar een selectietraining in Venlo. Zei Bas keurig tegen de trainer: ‘Ik ben hier omdat mijn ouders het willen. Ik hoef niet zo nodig hogerop. U ziet me hier niet meer terug.’ Bas speelt nog steeds bij HC Scoop, ook voor de gezelligheid. Hij had mede door een gebrek aan concentratie en interesse meer moeite met studeren. Bas vond school nog minder belangrijk dan ik en ging met kinderen om die regelmatig rotzooi trapten. Bas werkt nu bij ABN Amro en ik vind het knap hoe hij zich helemaal omhoog heeft geknokt. Ik heb veel respect voor mijn ouders; het was een hele organisatie met vier kinderen. Het heeft ons nooit ergens aan ontbroken, we gingen in de zomer op vakantie en met wintersport. Iedereen deed twee sporten en ze brachten ons overal naartoe. Toen ik op mijn dertiende in Wassenaar moest trainen met de B-jeugd, had ik het geluk dat mijn ouders al niet meer werkten en me konden brengen. Als ze dat niet hadden gedaan, had ik niet zo’n mooie carrière kunnen beleven.

Ze hebben vanuit Limburg heel wat afgereisd voor het hockey, en later ook voor Hanneke en Joep die bij Forward in Tilburg speelden en voor Bas, die ook in de overgangsklasse bij Venlo speelde.

Al in mijn jeugd realiseerde ik me hoe belangrijk de steun van je ouders is. En dat gevoel is tijdens mijn carrière alleen maar sterker geworden. Mijn moeder is trots dat haar kinderen en kleinkinderen aan sport doen. Ze had net zo’n carrière willen hebben als ik. In haar jeugd begon je pas op je twaalfde met hockey en haar ouders kwamen nooit kijken. Haar ouders informeerden nooit naar de resultaten van haar wedstrijden.

Mijn oma is weleens mee geweest, toen ik nog bij Geleen speelde. Keek ze alleen maar op haar horloge, hoelang het nog duurde. In het verzorgingstehuis in Geleen had de beste vriendin van mijn moeder krantenartikelen opgehangen over de gouden medaille die ik op de Spelen van Peking met het Nederlands team had gewonnen. Ik geloof niet dat ze er lang naar omkeek of dat ze er heel blij mee was. Ze had geen idee, denk ik. Mijn moeder is later zo fanatiek gaan sporten omdat ze voor haar gevoel iets in te halen had. Ze had een ander talent dan ik, ze was conditioneel heel sterk en supersnel.

Mijn vader heeft nooit gehockeyd, wel op hoog niveau getennist. Mijn ouders speelden samen 35-plustoernooien door heel Nederland. Mijn vader is een fantastische, lieve man, die het beste voorheeft met iedereen. Je voelt zijn warmte, is heel charmant. Hij heeft het als kind niet gemakkelijk gehad, zijn vader overleed toen hij tweeëntwintig jaar was. Sindsdien voelde mijn vader zich als oudste verantwoordelijk voor zijn moeder, vijf zusjes en een broertje.

Hij werkte als financieel controller bij Laeven bv in Nederland en België, een dochtermaatschappij van Volker Stevin. Hij werd redelijk vroeg afgekeurd vanwege problemen met zijn gezondheid. Dat verdriet heeft hij moeten verwerken. Het is mooi dat hij zijn geluk heeft gevonden in het gezin en in de sport. Mijn vader is een hele slimme man, hij hielp ons met de exacte vakken op school. Vooral wiskunde was zijn specialiteit. Hij heeft alles voor mij gedaan, zelfs jarenlang mijn financiën. Ook hij kan nu genieten van het leven.

Mijn moeder is een sterke vrouw, zij is de spil in het gezin die de harmonie bewaakt. Ik kan alles bij haar kwijt, ze zal nooit oordelen en proberen het juiste advies te geven.

Ze biedt een luisterend oor. Ik zie haar elke dag met een glimlach van het leven genieten. Zij maakt er een feest van en dus komt iedereen nog graag thuis.

Die drive heb ik van haar, zij speelde desnoods met het bloed in de schoenen om haar tennispartijen te winnen.

Mijn moeder was al bijna zeventig toen ze met mij naar de fitness ging. Zij heeft twee nieuwe heupen en rent weer als een kievit door het huis. Ze is fit en scherp gebleven.

Mijn moeder vond het mooi wanneer ik als kind een briefje achterliet in de kamer. ‘Ik heb lekker getraind.’ Of: ‘Ik ben gekozen voor Nederland-B, dit is de mooiste dag van mijn leven.’ Mijn ouders wisten dat ik maar één droom had: later in het Nederlands team spelen. Ze hebben me altijd gestimuleerd.

Volgens mijn moeder spatte de gedrevenheid er bij mij als kind al van af. Ik heb als jongste moeten knokken voor mijn plekje. Dan stond ik weer te gillen in de tuin als iemand een bal van me had afgepakt. Ik kan in het veld nog steeds vloeken en tieren als het niet loopt zoals ik dat wil.

Zou best kunnen dat het daarvandaan komt. Je hebt ook kinderen die dingen laten gebeuren. Ik wist al vroeg wat ik wilde.

Voor mijn dertigste verjaardag kreeg ik van mijn ouders een fotoboek over mijn leven, plus een doos met allerlei spullen van vroeger. Daartussen vond ik een vriendenboekje van school. Ik was zo’n tien jaar oud toen ik schreef: ‘Ik ben het gelukkigst als ik in het Nederlands elftal mag hockeyen. En ik ben niet blij als ik het Nederlands elftal niet haal.’

Een keer hebben mijn ouders me verboden om met Jong Oranje mee te gaan, omdat ik bij mijn studie Marketing en Communicatie in Sittard een flinke achterstand had opgelopen. Ik was niet de braafste. Ik had het laten verslonzen door mijn eigen gedrag; doorzakken in Eindhoven en de volgende dag zo brak zijn dat ik met een vriend na een uurtje school ergens in Sittard op een terras ging zitten. Mijn ouders konden me niet erger straffen dan een jeugd-ek in Dublin te moeten missen. Toen heb ik drie maanden mijn best gedaan en die studie afgerond. Hoewel ik de voorbereiding had gemist, werd ik toch opgeroepen voor het ek. Het leek een cadeau.

We zijn allemaal uitgewaaierd, iedereen heeft zijn eigen leven, maar eerste kerstdag zijn we met zijn allen in Limburg. Indirect ben ik met mijn hockeycarrière een bindende kracht geweest. Om mij heen heb ik families uit elkaar zien vallen, wij zijn bij elkaar gebleven. Als ik langs de kant bij Den Bosch het complete gezin zag staan, gaf me dat een warm gevoel.

Het boek is uitgegeven bij Ambo Anthos Uitgevers.

AvondGasten

Met sprankelende gasten aan tafel en verslaggevers in de provincie Limburg. Over politiek, sport, kunst, cultuur, economie en maatschappelijke onderwerpen.

Sinds september 2018 zenden wij AvondGasten enkele keren per jaar uit vanuit het Europees parlement in Brussel.

Dagelijks nieuws volg je via L1mburg Centraal.

Logo 1Limburg

Programma's