Huishistoricus Hugo Luijten over de jarige postzegel

Huishistoricus Hugo Luijten over de jarige postzegel

Er is er één jarig, want de eerste Nederlandse postzegel kwam op 27 december 1851 op de markt. Huishistoricus Hugo Luijten dook in de geschiedenis van de postbezorging.

|

Meer over Hugo Luijten

De eerste postzegel

Vandaag is het precies 167 jaar geleden dat de eerste Nederlandse postzegel op de markt kwam; dat gebeurde op 27 december 1851. Hij zou geldig worden vanaf 1 januari 1852. Hoe verliep de postbezorging dan vóór deze lumineuze uitvinding?

Post was lange tijd iets voor de allerhoogste; vorsten, adel, geestelijkheid op zijn minst. Berichten werden mondeling overgebracht: middeleeuwse adel kon bv. zelf vaak niet schrijven. Het handschrift herkennen was er dus niet bij.

Als in de late Middeleeuwen de burgerij steeds meer opkomt, neemt ook de geletterdheid toe, hetgeen ook postbezorging democratiseert. Rijke handelaren, notabelen, ook mensen die niet van adel zijn gaan post versturen.

Dat was een kostbare aangelegenheid en men moest nog maar afwachten of het poststuk de adressant bereikte. De infrastructuur – of beter het gebrek daaraan – zorgde dat het hoe dan ook lang kon duren eer een brief bezorgd werd.

Betaling was vooraf, aan de postmeester, die meestal een eigen bedrijf had. Commercieel dus, het postbedrijf was niet iets van Algemeen Nut.

Post moest ook worden afgehaald. Postmeester blies op zijn hoorn als hij ter stede arriveerde, en dan repte iedereen die een brief verwachtte naar het ‘postkantoor’. Meestal een herberg ‘de la poste’, ‘de posthoorn’, ‘de postkoets’, ‘de post’, etc.

Ook vroeg men vrienden of familie die een bepaalde reis maakten om brieven mee te nemen.

Adressering was ook een probleem: ‘daar-en-daar, tegenover de Augustinuskerk, waar op de hoek een bakkerij is.’

Dat verandert allemaal met de Franse Revolutie, die veel zaken radicaal wilde democratiseren, waaronder de postbezorging. Een aantal belangrijke hervormingen:

  1. Postbezorging werd een staatsmonopolie
  2. Bezorging aan huis; uitvinding van de huisnummers volgt (4711 is wel het beroemdste huisnummer ter wereld)
  3. De ontvanger moest de port betalen.

Dat bleek erg onpraktisch:

  1. Als de ontvanger niet thuis was, moest de post opnieuw worden aangeboden.
  2. Als de ontvanger was verhuisd, of zelfs overleden, dan konden de kosten niet worden verhaald.
  3. De ontvanger kon ook weigeren, en ook dan bleef de post met de kosten zitten.

Op dat laatste gokte zelfs menige briefschrijver. Op de omslag (dat was zelfs letterlijk: de brief werd zo gevouwen/omgeslagen dat op de buitenkant een adres kon worden geschreven, aparte enveloppen bestonden niet) werden tussen de adressering cryptische omschrijvingen gezet, waardoor de ontvanger de brief niet meer hoefde te lezen en al wist wat hij moest weten.

Ondanks deze tekortkomingen, bleef deze methode in Nederland in zwang met de postwetten van 1799, 1810 en 1813. Dat gold voor alle Europese landen.

Waarschijnlijk bij gebrek aan beter alternatief.

De staat had namelijk een belang bij postbezorging; goede communicatie is wezenlijk bij staats- en natie vorming en dat proces was al sinds de Franse Revolutie overal bezig.

Maar in 1837 vindt de Brit Rowland Hill, min of meer ‘out of the blue’ de postzegel uit.

In een lijvig artikel (Post office reform, Its importance and practicability) signaleert hij een aantal misstanden en doet hij concrete verbetervoorstellen.

  1. Porto vooraf, de aanbieder betaalt.
  2. Bewijs is een zegel (in die tijd wel een gebruikelijke manier om taxen, cijnzen etc. te registreren)
  3. Tarief moet omlaag, dat zal het gebruik doen stijgen.
  4. Tarieven ahv gewicht en afstand.
  5. Brief posten niet meer afhankelijk van kantooruren; introductie postbussen.

In 1840 al, worden deze voorstellen geïmplementeerd en de Britten geven de eerste postzegel uit: de ‘Penny Black’. Al in 1841 wordt hij vervangen door de ‘Penny Red’, omdat het stempel niet te zien was.

Succes grijpt wild om zich heen; alle landen voeren snel de postzegel in: België in 1847, Nederland in 1851.

Aanvankelijke vrees dat het onbetaalbaar zou zijn, het tarief daalde immers fors: Drie (binnenlandse) tarieven: 5, 10 en 15 cent. Dat bleek niet bewaarheid: het aantal poststukken verveelvoudigde tot miljoenen per jaar.

Toename geletterdheid én snel verbeterende infrastructuur (trein) hielp succes verder vooruit.

Postbezorging aanvankelijk vier keer per dag. In de jaren ’20 van de 20e eeuw terug naar drie keer, jaren ’30 naar twee keer en vanaf 1969 nog maar één keer per dag. (Tegenwoordig ben je al blij als de postbode één keer per week langskomt…)

Aanvankelijk werden postzegels ongetand uitgegeven, toen moest men met de schaar in de weer. De tanding is een uitvinding om het afscheuren te vergemakkelijken. Tegenwoordig wordt die met zelfklevende postzegels nagebootst.

Tegenwoordig worden er steeds minder brieven verstuurd; in mijn brievenbus komt vrijwel alleen officiële post van overheid of instanties. Maar pakketten nemen wel een hoge vlucht, al worden die vaak bezorgd door commerciële partijen. En daarmee zijn we feitelijk weer bij de toestand zoals die vóór de Franse Revolutie was.

De eerste postzegel
De eerste postzegel

Route Regio op L1 Radio

Nieuws, weer, verkeer en muziek. Iedere werkdag van 10;00 tot 13:00 op L1 Radio.

Uitzendingen en fragmenten terugluisteren? Kijk op L1.nl/Route-Regio

Luister L1 Radio via L1.nl/Radio of op FM 95.3 en 100.3. L1 Radio is ook via DAB+ te beluisteren, op kanaal 7A.

Logo 1Limburg

Programma's